Verstuur een tip

 
Home > Netherlands > Particulieren > Duurzaamheid > Optimaal binnenklimaat > Ventilatie & regelgeving

Ventilatie & regelgeving

VENTILATIE
Het Bouwbesluit verwijst voor ventilatie van verblijfsruimten naar NEN norm 1087 en NPR 1088. Hieronder zijn de voorwaarden uit het bouwbesluit in relatie tot ventilatie beschreven.

Verblijfsgebied
Het soort verblijfsgebied en de grootte van het verblijfsgebied (minimaal 5m²)
beïnvloed de benodigde nominale ventilatie capaciteit. Als vuistregel geldt dat er 0,9 l/s per
m² vloeroppervlakte moet worden geventileerd, met een minimum capaciteit als hieronder
gegeven;

De minimale ventilatie per verblijfsgebied is;
Keuken*                             21 l/s
Woonkamer                        21 l/s
Badkamer*                         14 l/s
Toilet*                                  7 l/s
Slaap/studeerkamer              7 l/s
Was/droogruimte                 14 l/s
*Deze ruimten dienen ALTIJD mechanisch te worden geventileerd.

Voorbeelden
Voorbeeld 1: een slaapkamer heeft een vloeroppervlakte van 6 m², 6 x 0,9l/s = 5,4 l/s. Echter volgens het Bouwbesluit moet er minimaal in een slaapkamer 7 l/s worden geventileerd. De vereiste capaciteit is dus 7 l/s.

Voorbeeld 2: een woonkamer heeft een vloeroppervlak van 28m², 28 x 0,9l/s = 25,2l/s.

Naast de juiste hoeveelheid frisse lucht waaraan moet worden voldaan is ook de positie
van de ventilatie opening beschreven:

  1. De ventilatieopening dient te zijn geplaatst op een hoogte van 1800mm, om tocht werking te voorkomen.
  2. De ventilatieopening dient te zijn geplaatst in een vlak tussen 45° en 90°, indien de
    roosters worden geplaatst in een flauwere dakhelling dan zal de ventilatieopening
    eerder lucht afvoeren dan ventilatie toevoeren.
  3. De ventilatieopening dient naast de stand open en dicht regelbaar te zijn binnen de eerste 25% in twee standen met een onderling verschil van 10%.

Energie besparen
Omwille van onder andere energiebesparende maatregelen is er in de norm een regeling
opgenomen om de ventilatielucht “voor te verwarmen”. Hiervoor is een overstroomregeling
van 50% voor toegevoegd. Op deze manier kan lucht vanuit een andere verblijfsruimte
worden opgeteld indien minimaal 50% van de benodigde capaciteit direct van buiten wordt
betrokken. Deze regeling is enkel toepasbaar indien er aangetoond kan worden dat de
overloop daadwerkelijk de ruimte bereikt.


Verschillende ventilatiesystemen in Nederland
Gecontroleerd ventileren kan op verschillende manieren: op volledig natuurlijke wijze, op volledig mechanische wijze, of via een combinatie van natuurlijke en mechanische ventilatie.

4 systemen van ventileren

Bij het veel toegepaste ventilatiesysteem C, wordt de lucht op natuurlijke manier toegevoerd via ventilatieroosters die zich meestal in of rond het raam bevinden. De afvoer van de vervuilde lucht gebeurt met behulp van een centrale ventilator. Deze is vaak in de toilet, badkamer en keuken geplaatst.


Voorbeeld centraal afzuigventiel

Bij natuurlijke ventilatie wordt gebruik gemaakt van de natuurlijke druk die ontstaat door temperatuurverschillen en windeffecten. Mechanische ventilatie gebruikt één of meerdere ventilatoren om een luchtstroom door een woning tot stand te brengen.